Print:

Het conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming

mr. Friederike van der Jagt , Privacyadvocaat

LinkedIn profiel

Friederike van der Jagt

We hebben er even op moeten wachten, maar op 20 mei jl. is het langverwachte conceptwetsvoorstel Verzamelwet gegevensbescherming in consultatie gegaan. Hoe zat het ook alweer? De Uitvoeringswet AVG (UAVG) werd in 2018 in sneltreinvaart door de Tweede Kamer geloodst, maar wel nam Minister Dekker de motie Koopmans c.s. over. Daarmee deed hij de toezegging om binnen zes maanden na de invoering van de AVG en de UAVG de ervaringen met de wetgeving en eventuele knelpunten te inventariseren. Na diverse kamerbrieven (zie de brief van 1 april 2019 en de brief van 31 oktober 2019, zie voor een bespreking van die laatste brief mijn blog van november 2019) werd toegezegd dat in het eerste kwartaal van 2020 een conceptwetsvoorstel in consultatie zou worden gebracht. Dat is nu dus gebeurd en u heeft tot 14 juli 2020 de kans om op het conceptwetsvoorstel te reageren. Ook stuurde Minister Dekker op 4 juni 2020 nog een kamerbrief over de onderwerpen die in de eerdere brieven zijn behandeld, maar niet terugkomen in het conceptwetsvoorstel.

In deze blog zet ik een aantal van de belangrijkste voorgenomen wijzigingen voor u op een rij. Het conceptwetsvoorstel beoogt niet alleen wijzigingen aan te brengen in de UAVG, maar ook in andere wetgeving. Voor alle wijzigingen verwijs ik u naar het conceptwetsvoorstel en de interessante Memorie van Toelichting.

Uitzonderingen inzake het verwerken van bijzondere persoonsgegevens

In diverse sectoren is het onvermijdelijk dat bijzondere persoonsgegevens worden verwerkt, maar ontbreken vooralsnog de benodigde wettelijke uitzonderingsgronden. Zo komen accountants bij de uitvoering van wettelijk verplichte controles geregeld in aanraking met bijzondere persoonsgegevens. Hiervoor wordt een specifieke wettelijke uitzondering gecreëerd. Hetzelfde geschiedt onder meer voor het Huis voor Klokkenluiders en het College voor de rechten van de mens, voor zover het verwerken van deze gegevens nodig is voor de uitoefening van de wettelijk aan hen opgedragen taken. Voor verenigingen die cliëntenbelangen behartigen, zoals patiëntenverenigingen en gehandicaptensportverenigingen, wordt het mogelijk om gezondheidsgegevens van hun leden te verwerken voor intern gebruik. Het bijhouden van ledenlijsten door dergelijke verenigingen leidt immers al tot het verwerken van bijzondere persoonsgegevens. Hiermee wordt een bestaande situatie gelegaliseerd.

Privacy in faillissement

In het conceptwetsvoorstel wordt bijzondere aandacht besteed aan het verwerken van persoonsgegevens bij faillissement. Zo wordt onder meer voorgesteld om de Faillissementswet (nieuw art. 68a) aan te passen om daarin te verduidelijken dat een curator in het kader van zijn wettelijke taakuitoefening persoonsgegevens, waaronder ook bijzondere persoonsgegevens, gegevens van strafrechtelijke aard en het BSN mag verwerken, indien dit noodzakelijk is voor het beheer en de vereffening van de boedel. Ook wordt daarbij een niet-uitputtende lijst van rechtshandelingen en feitelijke handelingen opgenomen waarbij de situatie zich voor kan doen dat de curator voor het beheer en de vereffening van de boedel (bijzondere) persoonsgegevens verwerkt, zoals een onderzoek naar onregelmatigheden, faillissementsverslagen ex art. 73a Fw, informatieverstrekking aan de schuldeiserscommissie, de bewaring van bescheiden, de voortzetting van het bedrijf en de vervreemding van goederen.

Versterking controle over persoonsgegevens voor jongeren

Via een aanpassing van art. 5 UAVG wil de wetgever jongeren meer zeggenschap over hun persoonsgegevens geven. De hoofdregel blijft dat in situaties waarin een verwerking is gebaseerd op toestemming van iemand die jonger is dan 16 jaar, vervangende toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger nodig is. Voorgesteld wordt echter dat een jongere tussen de 12 en 16 jaar onafhankelijk van zijn wettelijk vertegenwoordiger mag besluiten om deze toestemming in te trekken (ook al is die toestemming initieel door de wettelijk vertegenwoordiger verleend). Ook wordt voorgesteld dat de privacyrechten van hoofdstuk III van de AVG door een jongere vanaf 12 jaar niet alleen door de wettelijk vertegenwoordiger moeten kunnen worden uitgeoefend, maar ook door de jongere zelf.

Vangnetkarakter van art. 41 UAVG

Art. 41 UAVG biedt de verwerkingsverantwoordelijke de mogelijkheid bepaalde verplichtingen en de privacyrechten van de betrokkene, zoals het inzagerecht, onder bepaalde omstandigheden buiten toepassing te laten. Art. 41 UAVG is bedoeld als een vangnetbepaling waarin uitzonderingen voor onvoorziene situaties zijn opgenomen. De wetgever lijkt van mening te zijn dat er te makkelijk een beroep op deze uitzonderingen wordt gedaan. Het voorstel is dan ook dat een beroep hierop alleen nog mogelijk is wanneer de verwerkingsverantwoordelijke zijn afweging en onderbouwing van meet af aan transparant maakt en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) een afschrift krijgt van zijn besluit en bijbehorende motivering. De AP zal deze afschriften dan weer periodiek met de minister delen zodat, indien bepaalde situaties vaak voorkomen, hiervoor een wettelijke uitzondering kan worden gecreëerd.

Kamerbrief Dekker

In het conceptwetsvoorstel komen een aantal onderwerpen die in de eerdere kamerbrieven zijn behandeld, niet aan bod. Te denken valt aan de mogelijkheid om alcohol- en drugstests af te nemen en de wens van beroepsverenigingen om het BIG-nummer te kunnen gebruiken voor de registratie van na- of bijscholingsactiviteiten. Ten aanzien van veel punten vindt nog overleg plaats met de AP en/of andere ministeries of worden eventuele wijzigingen in andere wetgeving meegenomen (zie paragraaf 3 van de kamerbrief van 4 juni 2020 voor een overzicht). Op een aantal punten ziet de minister (vooralsnog) geen noodzaak voor wetswijzigingen (zie paragraaf 4 van de kamerbrief voor een overzicht).

Tot slot

De voorgestelde wijzigingen zullen zeker niet de laatste wijzigingen van de UAVG betreffen. Zowel in de Memorie van Toelichting bij het conceptwetsvoorstel als in de kamerbrief wijst de minister erop dat, conform art. 50 UAVG, op 25 mei 2021 de eerste evaluatie van de UAVG moet zijn afgerond. Ook wordt de AVG momenteel geëvalueerd. Het evaluatieverslag van de Europese Commissie had formeel op 25 mei 2020 moeten zijn ingediend, maar dit is vertraagd door de corona-crisis. Het is momenteel nog niet bekend wanneer we het verslag kunnen verwachten. Het ligt echter wel in de lijn der verwachting dat beide evaluaties impact zullen hebben op de UAVG. Oftewel, net als zo vaak kan ik mijn blog weer gemakkelijk afsluiten met de woorden: wordt vervolgd!

Meer weten over actualiteiten op het gebied van dataprotectie en privacy? Friederike van der Jagt spreekt ook op het Dataprotectie & Privacy Congres op 17 september. Zij bespreekt o.a. de onderzoeken en handhaving door de AP en de evaluatie van 2 jaar AVG volgens de EC. Download hieronder het volledige programma.

Meer informatie?

Laat uw e-mail achter en ontvang de brochure direct in uw mailbox.