Print:

De stand van zaken: alcohol- en drugstests op de werkvloer

mr. Friederike van der Jagt , Privacyadvocaat

LinkedIn profiel

Een onderwerp dat al vele malen de revue is gepasseerd maar de gemoederen blijft bezighouden: mogen werkgevers nu wel of niet alcohol- en drugstests afnemen bij hun werknemers? Zijn de regels zo ingewikkeld? Eigenlijk niet: het afnemen van alcohol- en drugstests leidt tot het verwerken van zogenaamde bijzondere persoonsgegevens in de zin van artikel 9 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), te weten gezondheidsgegevens, hetgeen in beginsel verboden is.

Verbod tenzij wettelijke uitzondering

De stand van zaken: alcohol- en drugstests op de werkvloer IIRDe reikwijdte van het begrip ‘gezondheidsgegeven’ wordt ruim uitgelegd. Uit het enkele feit dat iemand onder invloed is van alcohol of drugs, ongeacht de context, kan al informatie over iemands geestelijke en lichamelijke gezondheid worden afgeleid (zie het onderzoek van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) inzake Uniper, p. 36). Het verwerken van dit soort gegevens is verboden, tenzij hiervoor een specifieke wettelijke uitzondering geldt waarop de werkgever een beroep kan doen. Daarnaast moet de werkgever passende maatregelen nemen om de inbreuk op de privacy van de werknemer te beperken, zoals het adequaat beveiligen van de testresultaten.

Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer

De wettelijke uitzonderingen zijn momenteel opgenomen in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. Uit dit besluit blijkt dat alleen voor bepaalde beroepen genoemd in de Scheepvaartwet, de Spoorwegwet, de Wet lokaal spoor en de Wet luchtvaart de mogelijkheid is gecreëerd om een alcohol- en drugstest af te nemen. Het gaat hierbij onder meer om piloten, machinisten, loodsen en schippers. Voor deze beroepen heeft de wetgever de afweging gemaakt dat de veiligheidsaspecten zwaarder dienen te wegen dan privacybelangen van de werknemer.

Wet vs. de praktijk

In de praktijk is er behoefte aan een uitbreiding van het aantal beroepen waarvoor het afnemen van alcohol- en drugstests is toegestaan. Zo probeerde het energiebedrijf Uniper een alcohol- en drugsbeleid voor al haar medewerkers in te voeren, maar leidde een onderzoek van de AP ertoe dat dit beleid moest worden ingetrokken. Autofabrikant NedCar kwam in november 2018 in het nieuws, omdat uit een steekproef die het bedrijf had uitgevoerd bleek dat het bloed van de helft (!) van de geteste productiemedewerkers sporen van alcohol en/of drugs bevatte. Uiteraard laaide direct de discussie weer op of deze testen überhaupt afgenomen hadden mogen worden (u kent inmiddels het antwoord op deze vraag). In maart 2019 wees de AP de werkgevers via een persbericht nogmaals nadrukkelijk op de beperkte mogelijkheden om alcohol- en drugstests af te nemen. Daarbij werd ook een informatieblad voor werkgevers gepubliceerd. De AP geeft aan dat het aan de wetgever is om nieuwe uitzonderingsmogelijkheden op het verbod wettelijk te verankeren. VNO-NCW heeft de afgelopen jaren verwoede pogingen gedaan om dit onderwerp op de politieke agenda te krijgen. Het ‘eenjarig bestaan’ van de AVG werd aangegrepen om een brandbrief over diverse AVG-issues naar de Tweede Kamer te sturen. In deze brief werd ook gevraagd om de uitzonderingsmogelijkheden voor alcohol- en drugstests uit te breiden naar bedrijven in gevaarlijke sectoren, zoals de chemische sector.

Verandering op komst?

In de Uitvoeringswet AVG (UAVG) zou bijvoorbeeld voor beroepen met een hoog veiligheidsrisico een uitzondering kunnen worden gecreëerd. De UAVG is vorig jaar met spoed door de Eerste en Tweede Kamer geloodst gelet op het van toepassing worden van de AVG per 25 mei 2018. Op grond van de motie Koopmans heeft de regering destijds toegezegd de mogelijkheden te verkennen om diverse privacyknelpunten aan te pakken via aanpassingen van onder meer de UAVG. Op 1 april 2019 heeft Minister Dekker de Tweede Kamer een brief gestuurd met een inventarisatie van de eerste ervaringen met de UAVG. Ook alcohol- en drugstests komen daarin aan bod: hij schuift dit grotendeels door naar de staatssecretaris van SZW, Van Ark. Die zal met de sociale partners gaan bespreken in welke gevallen daar behoefte aan bestaat. Recentelijk werd Van Ark hier tijdens het vragenuurtje door het Kamerlid Aartsen nadrukkelijk naar gevraagd. Het veiligheidsaspect heeft volgens de staatssecretaris topprioriteit. Er worden al gesprekken gevoerd met de chemische sector, maar Van Ark heeft aangegeven ruimer te zullen kijken, omdat gevaarlijke situaties zich in tal van sectoren kunnen voordoen. Nog voor het zomerreces zullen de gesprekken met de sociale partners plaatsvinden en na de zomer zal de Kamer nader worden geïnformeerd.

Het geduld van de werkgevers wordt dus nog even op de proef gesteld, maar er lijkt nu eindelijk voldoende draagvlak te zijn om daadwerkelijk tot een aanpassing van het wettelijk kader over te gaan. Ik wens u voor nu een goede, zonnige zomer toe, maar raad u aan om ─ voor ieders veiligheid ─ bij de zomerborrels de slogan: ‘geniet, maar drink met mate’ in het achterhoofd te houden!